• Auteur: Niels Bouwmeester

Het (on)gemak met een afzetbak deel I

Het vervoeren van afzetbakken en het zekeren hiervan vraagt om specifieke kennis, voertuigen en componenten. Er is keuze uit een haakarmsysteem, ketting- en kabelsysteem, portaalarmsysteem of door middel van een aanhangwagen.


In deze bijdrage wil ik graag de zekering bij portaalarmsystemen en aanhangwagens toelichten. Het haakarmsysteem en ketting- en kabelsystemen gaan in deel II behandeld worden.

(Bron: Hyva)


Er is in de transportsector nauwelijks een gebied waar vaker onvoldoende gezekerde lading over de straten rolt, dan bij het vervoer van portaalcontainers, (puin)huisjes en perscontainers.


Het grootste probleem doet zich voornamelijk voor bij de achterwaartse zekering, deze moet minimaal 0,5G zijn, maar wordt vaak vergeten. Ook komt het veelvuldig voor dat de container niet tegen de voorste containerstops/paaltjes/stopblokken aan gezet wordt. Dit geldt eveneens voor de zijwaartse stopblokken, deze worden vaak vergeten om zo dicht mogelijk tegen de container aan te positioneren.

Het Duitse VDI 2700 Blatt 17 uit 2009 geeft een aardig handvat m.b.t. tot het zekeren van afzetbakken. Deze is echter niet van toepassing in Nederland.


Maatvoering een doorn in het oog bij (portaal)containers.

Er zijn geen gestandaardiseerde voorschriften in bijvoorbeeld Nederland, hierdoor zijn er veel verschillende container uitvoeringen qua afmetingen in gebruik.

De meest voorkomende formaten zijn er in 3m3, 6m3, 9m3 / 10m3.

Door deze verscheidenheid kunnen er problemen ontstaan met het zekeren van lading(en).


Een aantal andere landen hebben wel een standaard, waaronder een Duitsland, Frankrijk en Engeland.

In Duitsland is dit bijvoorbeeld afgedekt door de standaarden; DIN 30720, DIN 30730.

De producenten van portaalarmsystemen bouwen en schrijven de handleidingen vaak zo, dat die voldoen aan een standaard en alleen zo bedoeld zijn om te worden gebruikt.


Afneembare bovenbouw

Een afvalcontainer, portaalcontainer, (puin)huisje, perscontainer zijn afneembare bovenbouwen. Alleen voor wat betreft afmetingen (L/B/H) worden afneembare bovenbouwen gezien als voertuig, dus een onderdeel van de inrichting. Voor de rest wordt het gezien als lading. Dus ook voor ladingzekering en stootbalkpositie's worden ze als lading beschouwd.


Artikel 1.1 lid 2 Regeling Voertuigen:


Afneembare bovenbouw; zonder gebruik van gereedschap van een voertuig afneembare constructie met een vloeroppervlak van ten minste 5 m2, ingericht voor het vervoer van goederen of ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van personen of goederen, niet zijnde een gestandaardiseerde laadstructuur.

Wrijvingscoëfficiënt

Het belangrijkste hulpmiddel bij het zekeren van ladingen is bekend als de wrijving.

Maar de wrijvingscoëfficiënt is veelal een probleem bij het transporteren van afzetbakken.

Afzetbakken kunnen vuil / olieachtig zijn, of in sommige gevallen kan vloeistof lekken.

Wrijvingsverhogende middelen zijn over het algemeen onpraktisch bij het transporteren van de afzetbak. De berekening van een zekering kan daarom alleen worden gebaseerd op een wrijvingscoëfficiënt (µ) van maximaal 0,1 - 0,15 mu.


Portaalarmsysteem

De bakken worden op- en afgezet met behulp van een hydraulisch portaalsysteem waarbij de bakken met hijskettingen op 4 punten getild worden.

Als het ware in een V-vorm op de kop, zodat de kettingen aan weerszijden op één punt aan de portaalarmen vast zitten. De portaalarmen kunnen uitgeschoven worden zodat – afhankelijk van de bakhoogte- de kettingen de bak naar voren strak kunnen trekken zonder dat ze hoger steken dan 4 meter. Hierbij dient u er uiteraard wel rekening mee te houden dat niet alle doorrijhoogten 4 meter zijn.


Voor het kiepen kan gebruik worden gemaakt van een korte ketting of kiephaak achter de achterkant van het voertuig. In de vloer van het dragende voertuig kunnen stopblokken worden gepositioneerd.

Meestal variabel te positioneren, de speling ten opzichte van de blokken of langsgeleiding mag niet meer bedragen dan een handbreedte.

In sommige certificaten/handleidingen staat de maximale toegestane vrije ruimte, veelal 50mm. Vormsluiting is dus hier ook weer een pré.


Uiteraard mag eventuele lading in de afzetbak er niet uit kunnen vallen, dit moet deugdelijk zijn afgedekt indien gevaar of hinder ontstaat of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading. Hiervoor zijn er diverse afnetsystemen of zeilen in de markt verkrijgbaar.

(Bron: VBK Covering)


In veel gevallen kan de vloer tevens voorzien zijn van 2 opstaande randen in langsrichting. Er zijn geen voorschriften voor de dikte alsmede de hoogte voor de opstaande randen.

Ook de containers zijn aan de onderzijde eveneens voorzien van langsprofielen waarop ze steunen en die moeten binnen óf buiten de opstaande randen van de laadvloer passen. Deze voorziening alleen, is niet voldoende voor de zijdelingse zekering.


Als de volle of lege bak op de laadvloer tegen de stops in rijrichting staat, zijwaarts tegen stops òf de langsgeleiding èn de ketting van de portaalarm die voorkomt dat de bak naar achteren kan glijden, voldoende strak (maar niet op spanning) staat is dit een afdoende zekering.


Vooral de stops juist positioneren wordt in de praktijk nog wel eens vergeten, zowel voorwaarts als zijwaarts. Deze stops hebben vaak ook niet de juiste vorm/hoek.

Er zijn diverse goed doordachte producten verkrijgbaar, die het 'vergeten' helpen te voorkomen. Hierin zijn vaak de keuzes uit een vaste, manuele of hydraulisch verstelbare stops.

(Bron: Hyva)


0,5G achterwaarts

De achterste ketting strak zetten, die voorkomt dat de bak naar achter kan glijden wordt in de praktijk veel vergeten, ik heb er enige tijd op gelet en ik kan stellen dat dit bij circa 90% van de gevallen die ik gezien heb, niet voldoende gezekerd is. Dit doordat de ketting niet strak staat, of een combinatie van eerder genoemde praktijkvoorbeelden.

(Bron: Renewi)


Dat er eventueel een beveiliging op het portaalsysteem zit, dit zodat er niet uitgeschoven mee rond kan worden gereden, mag niet de reden zijn om de ketting niet strak te zetten. Het is een goede beveiliging zodat de vrachtwagen niet te hoog is, maar is er hierdoor geen beveiliging meer voor de achterwaarts te zekeren kracht á 0,5G. Dit dient dan op een andere wijze te moeten gebeuren.


In deze gevallen kan dan een inkortklauw of inkorthaak worden toegepast om de lengte van de ketting in te korten zodat deze toch strak gezet kan worden. Dit is vaak niet standaard meegeleverd, maar een additionele aankoop.


Daarnaast kan de bouwer ook een klauwhaak aan de achterzijde construeren die als zekeringsmiddel geldt, ook dit is (nog) niet een standaard bij elke aanbieder. De klauwhaak dient echter wel te moeten passen op de te vervoeren container.

(Bron: Hiab Multilift)


Een kiephaak/ketting geldt niet als zekeringsmiddel. Ook de bovenbalk van een portaalarmsysteem met een knikarm, is niet bedoeld als zekeringsmiddel. Ondanks dat de balk (eventueel) neerwaartse druk zou kunnen creëren, werkt dit nog niet voldoende wrijvingsverhogend.


De beschikbare ruimte op de gangbare portaalarmvoertuigen en aanhangwagens zijn vaak zo ontworpen dat zijdelingse borging doormiddel van een directe zekering met de hijsketting niet/minder goed mogelijk is (ß=0 °).

Hiervoor zijn namelijk de stops, hydraulische klemmen en/of langsgeleiding, omdat het zekeren met de hijsketting aan het portaal enkel en alleen voor- en achterwaarts is.


Gestapelde bakken portaalsystemen

Het vervoer van gestapelde bakken is alleen toegestaan ​​als deze deel uitmaken van een laadeenheid, samengevoegd of separaat beveiligd zijn.

Dus de voorwaarde is, dat er gebruik moet worden gemaakt van exact dezelfde maatvoering, waardoor er dan weer vormsluiting ontstaat.


Gestapelde vormsluiting is er bijvoorbeeld, wanneer een container met zijn skids op de eronder liggende container rust en er hierdoor geen onderlinge beweging mogelijk is.

Indien de laatste genoemde voorwaarde van geen onderlinge beweging behaald is, moet de hijsketting aan de onderste gestapelde bak strak worden gezet.

In de praktijk wordt vormsluiting bijna niet gerealiseerd met gestapelde bakken. Zelfs niet wanneer er een exact dezelfde afmeting in elkaar geplaatst wordt; er is vaak nog te veel vrije ruimte waardoor vormsluiting niet van toepassing is.

Is er geen vormsluiting, dan moeten alle bakken als losse lading worden beschouwd en afdoende worden gezekerd in de 0,8G voorwaarts en 0,5G zij- en achterwaarts. Dit is op te lossen door of ze aan elkaar te koppelen zoals onderstaande afbeelding laat zien, of de bovenste bak óók te zekeren.

Waarom de bovenste bak en de rest niet?

De kracht die vrij komt, gaat namelijk daar heen, waar die het makkelijkst weg kan. De grootste kracht komt vrij op de bovenste in elkaar gestapelde bak.

Daarbij komt dat er al voorzieningen aan weerszijden van de bovenste bak zijn en dit een gepaste mogelijkheid is, om aan de toch al aanwezige bevestigingspunten aan te slaan en deze aan deugdelijke vastzetpunten aan het dragende voertuig te zekeren.

Volle bakken gestapeld vervoeren en zekeren is niet aan te raden. Een volle gestapelde bak indien die in alle richtingen vormsluitend in de lege bak past, geldt als zijnde een laadeenheid.


Ook het zwenken van de kettingen kan andere weggebruikers in gevaar brengen. De haken van de kettingen moet aan de ophanging op de hefarmen worden bevestigd om deze vast te zetten.

De haken van de hijskettingen dienen ook nauwlettend gecontroleerd te worden.

Dat er wel de juiste haak gebruikt wordt voor de te zekeren container, omdat er geen standaardisering van de container en de daarbij behorende vastzetpunten/hijsogen zijn.

Onderstaand enkele varianten die hier te verkrijgen zijn.

Zwaartepunt

Het algehele zwaartepunt moet zich onder het midden van de stapel/lading

bevinden.


Deze is naar de zijkant kantelgevaarlijk als de afstand van het zwaartepunt in de breedte gedeeld door de hoogte van het zwaartepunt kleiner is dan 0,6.

Het kantelgevaar van een stapel bakken is niet zozeer een risico voor de sterkte van de portaalarmen maar wel voor de stabiliteit en het kantelen van het hele voertuig.

U kunt het risico op kantelen verkleinen door de lading zo gelijkmatig mogelijk te verdelen. Laad de containers zo dat het zwaartepunt zo laag mogelijk ligt en het toegestane vulgewicht niet wordt overschreden.


Aanhangwagens

(Portaal)containers kunnen ook op aanhangwagens worden vervoerd. Er zijn verschillende oplossingen in de markt verkrijgbaar, dit veelal met het oog op ergonomie voor de gebruiker. Ook hier behoren variabel te positioneren stops weer tot de één van de mogelijkheden.

(Rondaan Carrosserie en Wagenbouw B.V.)


Onderstaand laat een voorbeeld zien van een variant die zo ontworpen is, dat ook de zijdelingse borging door directe sjorring wel ietwat beter mogelijk kan zijn (ß= circa 20°).

(Bron: LiftingPlus BV - LP Lashing system)


Ook zijn er kettingloze veiligheidsvoorzieningen op de markt zijn die sneller kunnen werken en zonder het risico op letsel voor de bestuurder. Onderstaand systeem kan echter alleen wanneer er uniformiteit in de te vervoeren containers is.

(Bron: Hüffermann Transportsysteme GmbH)


Zorg ook voor een juiste lastverdeling bij het vervoer van afzetbakken op een container aanhangwagen. Vaak worden bakken helemaal achterop gezet zonder dat er voorop wat staat. Dit kan desastreuze gevolgen hebben. Lastverdeling blijft een actueel onderwerp.


Sjormiddelen

Helaas is het ontwerp van het sjormateriaal vaak gebaseerd op onrealistische randvoorwaarden, waardoor het sjormateriaal niet alleen ondermaats is, maar ook vaak de verkeerde sjormethode wordt gekozen.


De lading kan vaak alleen met direct sjorren in en tegen de rijrichting in worden vastgezet. Er zijn bijvoorbeeld stops nodig om de zijkanten vast te zetten. De optimale ladingzekering voor conventionele afzetbakken bestaat daarom uit een combinatie van direct sjorren en vergrendeling doormiddel van zijaanslagen.


Sjormethoden voor het vastzetten in en tegen de rijrichting in zijn bijvoorbeeld Y, V- of X-sjorren.


Y-sjorring

De meest voorkomende toepassing maar het bied de minste zekerheid.

De Y-sjorring is eigenlijk een neerbinding in plaats van een directe zekering, ook is een Y-sjorring alleen goed van toepassing bij een lage bak. Bij een hogere bak kan de hoek namelijk te groot worden. De hoek (Y) moet minder dan 60 graden bedragen voor een optimale voorspanning.

Een ander nadeel hierbij is dat de hoeken van de ophangpennen aan de afzetbak naar beneden nauwelijks een verticale kracht kunnen uitoefenen om de wrijvingskracht te verhogen. Ook de cosinus hoek ß is vaak erg klein en kan problemen geven voor de zijwaartse krachten indien geheel vrijstaand.

Een Y-sjorring doormiddel van spanbanden is sowieso af te raden, probeer dan in ieder geval kettingen te gebruiken. De voorspankracht bij een Y-sjorring dient zo hoog te zijn dat dit bijna nooit gerealiseerd kan worden, in de basis kan dit enkel toegepast worden bij een lage lege bak. De oorzaak hiervan is enkel wrijvingskracht zekeren en met wrijving á 0,1µ is dit een hele uitdaging.


V-sjorring

Een V-sjorring mag via het sjorpunt nooit doorgelust worden.

Anders kan de bak gaan lopen/bewegen in de band of ketting, zonder vastgehouden te worden door de sjorinrichting. De V moet uit twee afzonderlijke banden of kettingen bestaan, hierdoor is het een directe zekering.

Elk van deze afzonderlijke zekering moet zijn eigen spanelement hebben en worden vastgemaakt aan het EN 12640:2019 gecertificeerde sjorpunt aan het voertuig. Dit mag hetzelfde oog zijn, met inachtneming van de maximaal toegestane LC waarde van het sjorpunt. De afzetbak moet uiteraard hijsogen hebben.


X-sjorring

Een diagonale zekering ofwel een X-sjorring zal in alle gevallen de meeste uitkomst gaan bieden. Ook hier moet het uit twee afzonderlijke banden of kettingen bestaan waardoor het een directe zekering aan het object is.

Er moet voldoende rekening gehouden worden met de hoeken en sterktes van de sjormiddelen en sjorpunten.


Bij alle genoemde sjorringen kan alleen sjorren vaak niet voldoende zijn, zelfs niet met lege containers. Een berekening kan uitkomst bieden.


Keurmerk Laad- en Lossystemen

De Arbo-wet bepaalt dat installaties ook na intensief gebruik veilig moeten functioneren, dit is een verplichting onder 7.4 & 7.5. Vanuit de RAI Vereniging bestaat er een Keurmerk Laad- en Lossystemen, hierin vallen portaalsystemen, kabel- en kettingsystemen en haakarmsystemen. Men keurt wel de werking van o.a. het zekeringsmiddel maar uiteraard niet of dat het geëigend is op alle systemen of afneembare bovenbouwen.

Het is mijns inziens de hoogste tijd voor gestandaardiseerde formaten portaalcontainers, (puin)huisjes en perscontainers. De branche zelf, zowel de gebruikers als de bouwers van de containers én de bouwers van de voertuigen zouden eigenlijk gezamenlijk hierin op moeten treden om standaardisatie te krijgen.


De containers en mobiele afvalpersen én de opbouw zouden eigenlijk altijd standaard in alle richtingen in elkaar moeten grijpen als één actief systeem. Dit garandeert niet alleen zekerheid tijdens transport maar bespaart ook tijd en werk.


Een specialistische training lading zekeren kan uitkomst bieden.



Veel veilige kilometers toegewenst!



Niels Bouwmeester




235 keer bekeken
Code 95 Antislipmatten Rekenhulp ladingzekering Rekenhulp spanbanden Rekenhulp lading zekeren Niels Bouwmeester Cargo Coaching Code 95 lading zekeren ladingzekering specialist ladingzekering Ladingzekerheid Code 95 Calculator ladingzekering Ladingzekering calculator Spanbanden Sjorbanden Neerbinden Neersjorren Code XL EN12642 Sjorogen Wetgeving ladingzekering Neerzekeren Spanriemen Eumos 40509 Eumos 40511