Verantwoord autotransport

De basisvoorwaarde voor een veilig autotransport is in de regel genomen een voertuig met een laadgedeelte, welke voorzien is van zogenaamde rijbaanelementen (geperforeerde platen). In deze rijbaanelementen worden dan wielkeggen en speciale driepuntssjorbanden ingehaakt, die de wielen van het te vervoeren voertuig – en daarmee het hele voertuig – vastzetten.

(Bron: Koopman Autotransport B.V.)


Het is belangrijk om te vermelden dat de te vervoeren voertuigen een afgeveerde massa vertegenwoordigen en daarom moeten worden vastgezet op de voertuigonderdelen die onafgeveerd contact hebben met het transportvoertuig en dit zijn de wielen/banden. Als dat niet gebeurt, kunnen de auto's gaan stuiteren en dat kan een ongewenste en gevaarlijke situatie met zich meebrengen. Het is niet toegestaan om voertuigen met vering te zekeren door de geveerde massa direct vast te sjorren. Als een dergelijke methode toch wordt gebruikt, moet deze ten alle tijden apart worden beoordeeld door een afzonderlijke testinstantie.

Zoals al aangegeven zijn de juiste sjormiddelen nodig. Dit zijn voor auto’s driepuntssjorbanden die in lengterichting over de banden geplaatst worden en voorzien van een adequate bevestiging, welke passen in de geperforeerde rijbaanplaten van het transportvoertuig. De spanbanden moeten strak gespannen worden en ze moeten een antislipvoorziening hebben. Het polyester van de spanband mag de autoband niet raken, dit omdat anders de optimale voorspankracht niet kan worden behaald.

Om de te transporteren voertuigen correct te fixeren, moeten de wielen ook nog met wielkeggen of troggen worden geblokkeerd en alleen dán is een veilig transport mogelijk.

Verschillende eisen

De gebruikersvoorschriften van de fabrikant van het te transporteren voertuig, zijn altijd leidend in hoe het voertuig in combinatie met de geschikte middelen gebruikt moeten worden. Alleen als er geen voorschriften zijn verstrekt door de fabrikant van de autotransporter kunnen onderstaande voorschriften worden toegepast. Indien er wel voorschriften aanwezig zijn van bijvoorbeeld een verlader, is het aan te raden om een kopie van de voorschriften voorhanden te hebben, zodat een controleur deze kan raadplegen en beoordelen.


Overeenkomstig de gebruikershandleiding van de te vervoeren auto, moeten alle middelen die het voertuig op zijn plek houden worden gebruikt, de parkeerrem activeren en de versnelling niet in neutraal. Als het te vervoeren voertuig om technische redenen niet op de handrem kan, kan er mogelijk een extra belasting op de sjorpunten ontstaan. Het is dan wenselijk om extra sjormiddelen en wielkeggen te gebruiken.

Benodigdheden autotransporter

Wielkeggen en wielklemmen worden door middel van speciale bevestigingsmiddelen aan de rijbaanelementen bevestigd. Blokken en klemmen moeten zo zijn ontworpen dat ze tijdens het transport niet los kunnen raken. De blokkeringshoogte moet minimaal één zesde deelde van de wieldiameter van het te vervoeren voertuig zijn. Als er vanwege technische redenen geen wielblokken kunnen worden gebruikt, moet er minimaal één extra wiel worden vastgemaakt met een sjorband.

Het gebruik van wielblokken is niet noodzakelijk als de wielen worden vastgemaakt in goten of groeven (openingen in de rijplaten/dekken om de wielen in te plaatsen). Troggen en nokken zijn uitsparingen in de laadvloer om de wielen te laten zakken en vast te zetten. Ook deze verzakking moet weer 1/6 van de wieldiameter minimaal bedragen. Het is mogelijk om een wielkeg te kunnen definiëren bij autotransportvoertuigen als ‘verplicht’ ladingzekerings (hulp)middel. Het vreemde hierin is wel, dat er geen minimale eisen zijn voor wat betreft een blokkeringskracht (BC waarde Blocking Capacity) van de wielkeggen. Het oog waar het wielblok in zit is wel getest, maar wat erin komt niet. Wellicht zal dit in de toekomst gaan veranderen.


Voor het zekeren moeten de speciale driepuntssjorbanden met spanners in combinatie met wielblokken worden gebruikt. Er is een maximale rek van de spanband van ≤ 4 % aan te bevelen en zal zich moeten conformeren aan de EN12195-2 met een minimale LC van 1500daN en bij voorkeur een minimale STF van 330daN.

De polyester band van het sjorsysteem mag de autoband niet raken en moet een antislipbeveiliging te hebben. Deze dient ervoor om de onderlinge wrijving te verhogen en daarnaast zal de band beschermt moeten worden voor een optimale bandgeleiding en voorspanning. Dit is mogelijk met afstandhouders of speciale beschermhoezen. (Een stuk gesneden brandweerslang als omhulsel voldoet niet). Antislipvoorzieningen moeten zo zijn ontworpen dat de spanning in de sjorband tijdens het aanspannen zo gelijkmatig mogelijk in beide richtingen wordt verdeeld.

(Bron: SpanSet GmbH & Co KG)


De zekeringskrachten moeten gelijkmatig worden verdeeld over de sjorpunten/vloerpanelen. Daar er soms weinig ruimte is tussen het vloerpaneel en het voertuig, maakt dat het correct aanspannen van de sjorbanden lastig kan zijn.

(Bron: FGS GmbH Fahrzeug- und Al-Systeme)


De haken voor de sjorring mogen het vloerpaneel niet beschadigen. Door de perforering/vervorming in de stalen of aluminium oprijelementen kan het metaal na lang of door verkeerd gebruik ook de banden van het te transporteren voertuig beschadigden, het is dus raadzaam om hier regelmatig een controle op te uit te oefenen. In de toekomst is het mogelijk dat de ogen een minimaal voorgeschreven aantal daN moet hebben, ook een minimaal voorgeschreven wrijvingscoëfficiënt van de laadvloer is niet ondenkbaar. Bijvoorbeeld minimaal 0,4 µ voor auto's en 0,5 µ voor vrachtauto's. Zorg er ook voor dat de haken van de spanbanden in de voorgeschreven hoeken worden belast, waarmee voorkomen wordt dat de haak kan gaan vervormen of dat de zekering verloren gaat.

Hiervoor zijn er verschillende type haken ontworpen, dit voor een optimale belastingsrichting, om puntbelasting te voorkomen en de voorspanning gelijkwaardig te kunnen verdelen.

(Bron: SpanSet GmbH & Co KG)


Voertuigen vastzetten op een geschikte autotransporter

(Bron: Koopman Autotransport B.V.)

Voertuigen in de rijrichting (zonder goot of afschuining)

Plaats één wielblok voor één van de voorste wielen.

Plaats diagonaal tegenover dit wiel, twee wielblokken voor én achter het achterste wiel.

Maak hierna het achterwiel vast met een driepunts sjorband met minimaal een voorspankracht (STF) van 330 daN.

Voertuigen tegen de rijrichting in (zonder goot of afschuining)

Plaats bij voertuigen tegen de rijrichting in (zonder goot of helling) 4 wielblokken.

Plaats dit diagonaal tegenover elkaar en zet vervolgens de wielblokken voor én achter het wiel. Maak hierna beide wielen die voorzien zijn van wielblokken vast met een driepunts sjorband met minimaal een voorspankracht (STF) van 330 daN.

Zekering van voertuigen die als laatste worden geladen (zonder goot of afschuining)

Voertuigen die als laatste worden geladen achter de achteras van het dragende voertuig of op een transporter voor één auto, ook weer beladen achter de achteras van de truck, dienen extra te worden vastgemaakt aan de wielen van de achterste as, met aan elk wiel twee wielblokken en een driepunts sjorband.

Vastzetten van vooruit en/of achteruit beladen voertuigen en het laatste voertuig in een goot of afschuining

De voertuigen moeten met beide wielen van één as of beide assen in een of afschuining geplaatst worden. Deze methode vervangt de wielkeggen. Alle andere ladingzekeringsmaatregelen moeten overeen komen zoals bovenstaand staat beschreven.


Vastzetten van voertuigen op het bovendek

Als een voertuig niet kan worden vastgemaakt met wielblokken of sjorbanden in het beschermde gedeelte van het bovendek, het beschermende gedeelte is het gedeelte tussen de veiligheidslijnen, moet één van de volgende zaken gebeuren:


Het laadplatform wordt naar omlaag gebracht om dit werk van op de grond uit te voeren of, de wielen van één as van het voertuig in het beschermde gedeelte worden vastgemaakt met twee wielblokken en een sjorband aan elke kant. De stelregel is dus bij werken op hoogte, met volledig lichaam tussen het veiligheidshekwerk óf de opbouw naar beneden om daar de werkzaamheden uit voeren.


Andere methoden

In geen enkele richtlijn of normering is er een andere methode toegestaan dan een 3 punts neerbinding voor een daarvoor speciaal ontworpen autotransportvoertuigen met rijbaanelementen (geperforeerde platen).

Het vervoeren van voertuigen kan uiteraard ook op andere manieren, bijvoorbeeld door middel van een multitransporter/plateauwagen of een autoambulance. Vaak zijn deze voorzien van een lier aan de voorzijde, zodat de auto op het voertuig getrokken kan worden. De lierkabel is géén vastzetsysteem en enkel aanhaken aan de lierkabel is dan ook onvoldoende om veilig de weg mee op te gaan. Het is ook mogelijk dat het (geschikte) type laadplatform niet aanwezig is, ofwel u heeft een vlakke laadvloer zonder rijbaanelementen (geperforeerde platen).


Andere toegepaste sjormethoden zijn onderstaande afbeeldingen. Dit is alleen toegestaan mits de vastzetpunten niet overbelast worden en alle vier de banden apart worden gezekerd, enkel op deze wijze kan vormsluiting worden gegarandeerd.

Gesloten autotransporters

Veel opbouw- en autotransportaanhangers hebben een gesloten laadruimte, zodat er bij het vervoer van bijvoorbeeld van kostbare en exclusieve auto’s, en prototypes auto’s extra bescherming wordt geboden tegen wind en weer.

(Bron: FGS GmbH Fahrzeug- und Al-Systeme)


Ook is een gesloten autotransporter erg geschikt voor het vervoeren van ongevalsvoertuigen waar geen vloeistoffen direct uit het voertuig op de weg mogen en kunnen druppelen. Vaak kunnen hierbij de autobanden niet worden gebruikt voor een correcte ladingzekering, denk aan beschadigingen of lekke banden. Hier wordt dan aanbevolen om het op de velg te bevestigen. In de opbouw of aanhanger moeten dan wel geschikte vastzetpunten aanwezig zijn. In dit geval kan bovenstaande type zekering (3) een mogelijkheid zijn.


VDI 2700 Blatt 8.1 & 8.2

Inmiddels is er een herziening op komst van VDI 2700 Blatt 8.1 & 8.2 omdat er bijvoorbeeld bij luchtgeveerde auto's gebleken is dat de zijwaarts optredende krachten hoger waren/zijn dan verwacht. Er zijn hiervoor meer dan 300 dynamische rijtesten uitgevoerd. De richtlijn is dus nog steeds een werk-in-uitvoering, maar zal het aantal en de opstelling van sjorsystemen en wielkeggen nog beter gaan definiëren. Dit is afhankelijk van het gewicht van het te vervoeren voertuig en de positionering van de voertuigen op de trailer. Ook sjorsystemen voor auto- en vrachtwagentransport zullen in de toekomst aan nieuwe criteria moeten gaan voldoen.


Onderstaand een kleine opsomming aan veranderingen naar aanleiding van de resultaten van dynamische rijtesten met autotransporters;


- Er is een vereiste voorspankracht (STF) van 330 daN bepaald voor de systemen voor transportveiligheid van auto's en 500 daN voor vrachtwagens.


- Is er een testprocedure gedefinieerd voor het meten van de krachtoverbrenging voor en achter de controller die het wiel overspant.


- De krachtoverbrenging wordt weergegeven door de nieuw ingevoerde ETA-waarde, die minimaal 0,5 moet zijn. De ETA-waarde moet op het systeem worden aangegeven. (In principe het tegenovergestelde van de oude K-factor).


- De ideale hoek van de sjorsystemen werd bepaald op 90 graden.


- De bandrek van < 4% en de systeemsterkte van 1.500 daN voor autotransport en 2.500 daN voor vrachtwagentransport blijven ongewijzigd.


- De lengte van de controller vloeit nog steeds voort uit de vuistregel dat 180 graden van de band overspannen moet worden. De riem van het sjorsysteem mag de band niet raken, ook dit zal dus ongewijzigd blijven in de toekomst.


Ook het vereisen van een dynamische rijtest volgens EN 12642 Annex B kan helpen om de verkeersveiligheid te vergroten bij dit type transport. Ondanks deze test blijft mijns inziens het vastzetpunt in combinatie met de correcte zekering het meest van belang.

Het kan zelfs al zo zijn dat bovenstaande veranderingen vandaag de dag al geëist worden door bepaalde autofabrikanten.


Probeer de juiste systematiek toe te passen voor het vastzetten van auto's en let hierbij op het correct sjorren, de ingeleide voorspanning en de geschikte methoden en middelen. Controleer de toegepaste middelen tijdens het transport ook regelmatig.

De materie lading zekeren is een wetenschap op zich, ondanks dat er nationaal andere wetgevingen en interpretaties hiervan zijn, zijn nog altijd de wetten van de fysica gelijk en staat een 'lading' per landsgrens dan ook even vast of juist los; er tussenin bestaat niet.


Een specialistische training lading zekeren kan uitkomst bieden.



Veel veilige kilometers toegewenst!


Niels Bouwmeester


335 weergaven
Code 95 Antislipmatten Rekenhulp ladingzekering Rekenhulp spanbanden Rekenhulp lading zekeren Niels Bouwmeester Cargo Coaching Code 95 lading zekeren ladingzekering specialist ladingzekering Ladingzekerheid Code 95 Calculator ladingzekering Ladingzekering calculator Spanbanden Sjorbanden Neerbinden Neersjorren Code XL EN12642 Sjorogen Wetgeving ladingzekering Neerzekeren Spanriemen Eumos 40509 Eumos 40511